800 bedrijven in de knel door stikstofbesluit, hebben toch vergunning nodig

Vandaag om 18:30 • Aangepast vandaag om 19:57
nl
De uitspraak waarmee de Raad van State een streep zette door het zogeheten intern salderen, heeft een grote impact op Brabantse (boeren)bedrijven. Uit een eerste inventarisatie van de provincie blijkt dat duizenden bedrijven geraakt worden. Ten minste achthonderd bedrijven moeten in ieder geval een (nieuwe) vergunning aanvragen.
Profielfoto van Rick Lemmens
Geschreven door

In december vorig jaar besloot de hoogste rechter dat bedrijven die uitbreiden de uitstoot van extra stikstof die ze veroorzaken niet meer zomaar mogen wegstrepen. Tot die tijd konden bedrijven dat wel zonder een nieuwe vergunning doen. Dat mochten ze als ze maatregelen namen om de toegenomen stikstofuitstoot terug te dringen. De omliggende natuur zou er op die manier niet onder lijden.

Ruim achthonderd bedrijven die eerder op basis van die regels geen vergunning nodig hadden, moeten die nu wel zien te krijgen. Eerder hoefden deze bedrijven van de provincie geen vergunning te hebben, omdat ze bijvoorbeeld met een stalsysteem voor een lagere stikstofuitstoot zorgden. Deze bedrijven maakten gebruik van intern salderen en moeten nu dus alsnog een vergunning aanvragen.

Wat is intern salderen?

Intern salderen betekent dat je op locatie maatregelen neemt die de uitstoot van stikstof verminderen, om vervolgens de vrijgekomen ruimte op dezelfde plek te gebruiken om activiteiten uit te voeren.

Bijvoorbeeld als een boer een nieuwe stal wil neerzetten waardoor hij meer stikstof uitstoot, kan hij tegelijkertijd een ander deel van zijn bedrijf aanpassen, waardoor de totale uitstoot van stikstof vermindert. Zo blijft de stikstofuitstoot binnen de grenzen die zijn toegestaan in zijn vergunning.

Meteen was duidelijk dat de uitspraak Brabantse boeren heel hard zou gaan raken. Brabant wil namelijk dat boeren hun stikstofuitstoot flink verminderen. Melkvee- en kalverhouders zijn verplicht om vóór 2026 aan die eis te voldoen. De meest voor de hand liggende optie was het installeren van een emissiearme stalvloer (een systeem dat zorgt voor weinig uitstoot van schadelijke stoffen) en de kosten daarvan deels terug te verdienen door meer dieren te nemen. Daarvoor hoefden veel bedrijven dus geen vergunning aan te vragen. Maar dat kan nu dus niet meer.

Meer dan 1100 bedrijven vroegen eerder een vergunning aan, maar hebben daarover nog geen uitsluitsel gekregen. Dit zijn vooral boeren die een stalsysteem willen plaatsen, maar dat niet kunnen doen omdat onduidelijk is dat deze systemen ook wel goed werken. Het is voor deze groep dus de vraag of en hoe ze ooit een vergunning voor zo'n systeem kunnen krijgen.

PAS-melders
Een groep bedrijven die al langer in de knel zit, zijn de zogenoemde PAS-melders. Ook deze bedrijven maakten gebruik van intern salderen en werden in 2019 na een uitspraak van de rechter in één klap illegaal. De provincie wil hen helpen legaal te worden, maar daarvoor is stikstofruimte nodig. Die is er momenteel niet of nauwelijks, omdat alle beschikbare ruimte éérst moet worden ingezet om de natuur te herstellen. Momenteel liggen er 326 verzoeken van PAS-melders om legaal te worden.

Een deel van de PAS-melders trok de afgelopen jaren hun legalisatieverzoek juist in, omdat ze dankzij intern salderen geen vergunning meer nodig hadden. Deze bedrijven zijn na de uitspraak van de Raad van State dus opnieuw illegaal geworden.

Maatregelen van kabinet
Het werkelijke aantal bedrijven dat door de uitspraak geraakt wordt, zal groter zijn dan uit de eerste inventarisatie van de provincie blijkt. Er zijn namelijk bedrijven die nooit een vergunning hebben aangevraagd, maar die nu wel nodig hebben. Hoe groot deze groep is, is volgens de provincie onduidelijk.

Brabant benadrukt dat, naast het provinciale beleid, stevige maatregelen van het rijk nodig zijn om de stikstofcrisis op te lossen. Na de uitspraak van de Raad van State werd een commissie van ministers opgericht die deze maateregelen moet bedenken. Stikstofgedeputeerde Wilma Dirken (VVD): "Ik verwacht snel daadkrachtige voorstellen van de kabinetscommissie. De uitspraak van de Raad van State heeft een grote en voelbare impact op alle sectoren. Ik zie dat het bij het rijk doordringt dat dit heel urgent en belangrijk is."

Bedrijven hebben van de Raad van State tot 2030 de tijd gekregen om uit te zoeken of ze alsnog een vergunning nodig hebben. Als dat het geval is, hebben ze tot die tijd om een vergunning te krijgen of om het bedrijf zo aan te passen dat een vergunning alsnog niet meer nodig is. Provincies mogen tot die tijd niet handhaven van de rechter, behalve als het nodig is om te voorkomen dat de natuur verslechtert.

App ons!

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.