Platte carnavalsliedjes van tegenwoordig zijn 'verschrikkelijke nummers vol geschreeuw en geblèr'
In het Nationaal Carnavalsmuseum in Den Bosch is over de in 2001 overleden zanger veel te zien. Het belangrijkste staat in een vitrine waarin de boerenkiel van Kersten hangt, maar ook zijn Edison die hij kreeg in de jaren tachtig van de vorige eeuw. De Bossche muzikant wordt in het Nationaal Carnavalsmuseum geëerd als de 'vader' van het pure carnavalslied.
Kiel en Edison"We hebben zijn kiel, we hebben zijn Edison, we hebben zijn oorkondes", somt conservator Rob van de Laar van het museum vol trots op. "Dat is meteen het tastbare", wijzend op de vitrine. "Dat is zijn kiel, daar heeft Wim in gezeten."
Dat er over Kersten veel te zien is in het museum is te danken aan de zoon van de zanger. "Ik heb thuis nog een hele hoop, maar de mooiste spullen kunnen toch beter hier te zien zijn dan dat ze bij mij op zolder liggen."
Het is vooral plat geblèrZoon Willem-Jan Kersten heeft de carrière van vader van zeer dichtbij meegemaakt en weet ook heel zeker dat hij de vele platte hedendaagse nummers verschrikkelijk had gevonden.
"Toen kwamen er ook al van dat soort dingen en daar had hij geen goed woord voor over. En, ik vind dat hij daar helemaal gelijk in heeft gehad. Het is schreeuwerig en plat. Het is humor verwisselen met geschreeuw en geblèr."
Dubbele bodem versus dubbelzinnigVan de Laar voegt daar aan toe dat in de liedjes van Kersten vaak een mooie dubbele bodem zat. "En dat is heel wat anders dan dubbelzinnigheid."
Voor beide heren is het nummer 'Bij ons staat op de keukendeur' het mooiste en allerbeste wat Kersten heeft geschreven. "Een echte evergreen", zegt Van de Laar. Zoon Willem-Jan Kersten heeft bij het horen van het lied herinneringen aan het ouderlijk huis. Dan zie ik toch de inrichting voor me zoals die toen was."