Hoe het coronavirus een hecht dorp helemaal ontwrichtte
Vooral in het woonzorgcentrum Simeonshof, waar veel ouderen woonden, sloeg het virus ongenadig hard toe. "Zij waren sowieso kwetsbaar", zegt Will. "En het was zo besmettelijk. Afscheid nemen kon niet, sommige familieleden gingen met een hoogwerker langs het raam omhoog, om zo een laatste groet te brengen aan opa of oma."
"Mensen overleden aan de lopende band."
"Het enige wat we in die tijd hoorden, was klokkengeluid, de hele dag door, van weer een afscheidsdienst", blikt Will terug op de inktzwarte periode. "Mensen overleden aan de lopende band."
Zelfs echtparen stierven, kort na elkaar. "Dan moesten de kinderen in een paar dagen tijd hun moeder en vader begraven. Het was echt onmenselijk."
Het dorp was helemaal van slag. Vlaggen hingen halfstok en iedereen was bang. "Mensen durfden niet meer bij elkaar in de buurt te komen, laat staan bij iemand naar binnen te gaan", vertelt Will. "Wat staat ons nog allemaal te wachten?, vroegen we ons af."
"Soms was er helemaal niets van een afscheid."
In korte tijd overleden er veertig mensen in het kleine dorp. Omdat de pastoor ziek was, werd Will als vrijwilliger gevraagd enkele diensten te leiden. "Maar ik heb ook meegemaakt dat als iemand overleed, het lichaam in een zak werd gedaan en naar het crematorium werd gebracht, zonder dat er ook maar iets van een afscheid was."
De trappen van de Sint-Servatiuskerk in Erp lagen bezaaid met meer dan duizend rode rozen. Op linten viel te lezen: 'Namens alle inwoners van Erp'.
Als herinnering aan corona en de slachtoffers staat er een mijmerbankje in het dorp, in de vorm van een S. De S van samen, sterk en saamhorigheid. Een plek om stil te staan bij wat het coronavirus vijf jaar geleden aanrichtte.
Maar erover praten doet bijna niemand. "Het is gewoon te pijnlijk", zegt Will.