Een meikever in april is een zot die niet weet wat hij wil
Ieder weekend is er ook een nieuwe aflevering van de Stuifmail-podcast. Beluister de podcast hier:
Eerste meikever gezien op 3 april, kan dat?
Nelly en Ugo de Greef kwamen al op 3 april een meikever tegen. Zij vragen zich af of dat niet wat vroeg is. De naam meikever heeft deze kever gekregen omdat de meeste van deze insecten zich inderdaad in mei pas laten zien. Met het warmer worden van ons klimaat en zeker met de mooie dagen van de afgelopen week kan het inderdaad zijn dat meikevers vroeger uit hun popstadium komen. In normale omstandigheden vliegen meikevers massaal uit in mei. Er is zelfs een Brabantse zegswijze die daar aan herinnert: "Ne meikever in april, is ne zot die niet weet wat hij wil." Aan de andere kant is het ook duidelijk dat er destijds ook weleens meikevers in april waren, want anders was die zegswijze niet ontstaan. Het is dus niet vreemd dat er bij gunstige omstandigheden in april meikevers te zien zijn. In april 2014 waren er zelfs 3116 meikevers gemeld bij Waarneming.nl. Hoeveel er werkelijk rondvlogen, is niet echt bekend. Ik ben dus ook benieuwd hoeveel er eind april 2025 gemeld worden bij Waarneming.nl.
Een koningin van de rode mieren?
Eric Vogels kwam een bijzonder diertje tegen bij het weghalen van een grote tent. Onder de planken zag hij het. Hij dacht dat het mogelijk een koningin van de rode mier zou kunnen zijn. Ik kan die gedachtegang wel volgen, want dit diertje heeft inderdaad een bijzondere vorm en kleur. Toch als je goed kijkt is het geen insect, want insecten hebben een kop, een borststuk en een achterlijf. Een driedeling dus en het diertje onder de plank heeft een kopborststuk en een achterlijf, dus een tweedeling. Dan hoort het bij de spinachtigen. De naam die bij deze spinachtige hoort, is celspin. Ik denk zelfs dat het een roodwitte celspin is, maar dat durf ik niet met honderd procent zekerheid te zeggen. Celspinnen kom je bijna overal op de wereld tegen. Mocht dit de roodwitte celspin zijn, dan staan vooral de pissebedden bij dit dier op het menu. Vandaar dat je deze spinnensoort vaak tegenkomt in biotopen waar veel pissebedden leven. Overdag houdt de roodwitte celspin zich schuil onder rottend hout, bladafval of onder stenen. Het is maar een kleine spin, die maximaal vijftien millimeter groot wordt. Maar het is er wel eentje die als deze in het nauw gedreven wordt aanvalt. In zo'n geval neemt de roodwitte celspin eerst een dreighouding aan. Ze spert dan de sterke kaken open en ze heft het kopborststuk omhoog zodat ze groter lijkt. Ben je dan nog niet onder de indruk, pak haar dan toch maar niet. Een beet van deze spin veroorzaakt bij de meeste mensen weliswaar een vrij milde pijn die van korte duur is, maar het jeukt vervolgens wel wat langer.
Wat voor een dier ben ik tegengekomen?
Clarina Spanjaards kwam een beestje tegen en dacht bij zich zelf Frans weet vast wat het is en inderdaad ik weet wat Clarina gefotografeerd heeft, namelijk een tijgerslak. Tijgerslakken, ook wel grote aardslakken genoemd, zijn binnen Europa de grootste naaktslakken. Deze slakken hebben een maximale lengte van twintig centimeter en de zwarte vlekken op het grijze lichaam hebben gezorgd voor de naam. Het zijn enorme eters en echte alleseters, want op het menu van deze slakken staan planten, maar ook honden- en kattenvoer en ook voorraden in kelders. Daarnaast eten ze andere naaktslakken, huisjesslakken en paddenstoelen. Je kunt deze enorme naaktslakken vooral tegenkomen in plantsoenen, tuinen en op composthopen. Tevens kun je ze aantreffen in kelders, tuinhuisjes en schuren mits het daar vochtig is. Na het paren, leggen ze doorzichtige, ovale eitjes onder planken en losse stenen. Van augustus tot in de herfst kun je deze eitjes tegenkomen, zo’n honderd stuks bij elkaar. Na ongeveer drie weken komen de jonge tijgerslakken uit de eitjes gekropen. Een winterslaap kennen tijgerslakken niet. Bij echte vorst kruipen ze dieper de grond in.
Tijgerslak en zwarte aardslak eten naaktslakken– Zoo Wild
Publicatie: 2 aug 2024
Naaktslakken komen pas tevoorschijn bij vochtig weer, zoals na een regenbui, en zijn overwegend ’s nachts actief om warmte en zonlicht te vermijden. De meeste naaktslakken kunnen in de ogen van mensen veel schade aan gewassen veroorzaken omdat ze zeer grote hoeveelheden blad in een vrij korte tijd kunnen verorberen. Daarnaast eten ze ook veel dood plantaardig materiaal. Sommige ondergronds levende soorten knagen aan de wortels, enkele soorten als de grote aardslak jagen zelfs op andere naaktslakken.
In mijn tuin in augustus 2024 een vreemde vogel met een helm op, wat is het?
Conny Geelen zag een leuke rubriek met allerlei vreemde dieren in de onderwerpen en dacht daar stuur ik mijn foto van vorig jaar augustus ook eens naar toe. Ze vond het insect wat ze gefotografeerd had maar een vreemde vogel en het lijkt net of het diertje een helm op heeft. Kortom; ze is benieuwd wat er toen in haar tuin geland was. Op de foto staat een van de mooiste zweefvliegen van ons land afgebeeld. Het is ook meteen de grootste zweefvlieg en de naam is stadsreus. Deze prachtige zweefvlieg wordt overigens de laatste jaren steeds vaker waargenomen. Voorheen was het een zeldzame verschijning, maar in de afgelopen twintig jaar is het zien van deze grote zweefvlieg steeds gewoner geworden. Overigens worden de hier verblijvende stadsreuzen ook nog eens aangevuld met soorten uit zuidelijkere landen. Vooral als er langere periodes met (zuid)oostenwind zijn. Het zijn dus zweefvliegen en die leven als volwassen dieren enkel van nectar en stuifmeel. Je komt ze dan ook vaak op bloemen of in de buurt van bloemen tegen. Doordat ze aan mimicry (nabootsen van wespachtige in dit geval) doen, worden ze vaak door de mens gezien als wespen met alle nare gevolgen voor hen van dien.
Tijdens een wandeling op Huis ter Heide, De Moer een hartvormig iets aangetroffen, wat is het?
G. Visser zag tijdens een wandeling op Huis ter Heide, De Moer een hartvormig iets en stuurde de foto naar mij met de vraag wat is dit? Het hartvormig iets is een gele trilzwam. Deze bijzondere zwammen zijn goed te herkennen aan hun geleiachtige gele kleur. In het begin is het vruchtlichaam oranjegeel van kleur. Naarmate ze verouderen, verbleekt de kleur tot zwavelgeel om bijna wit te worden als ze tot ontbinding overgaan. Je kan de gele trilzwammen bijna het hele jaar door tegenkomen, maar vooral aan het eind van de herfst wanneer het koud begint te worden. Je ziet ze vooral op dode takken en op stammen van diverse levende loofbomen zoals beuken, eiken, essen, haagbeuken en hazelaars. In Nederland staan ze bekend als niet eetbare zwammen; in het Verre Oosten worden ze wel gegeten. Pas hier overigens mee op, want het kan zijn dat de gele trilzwammen die daar groeien anders zijn dan die hier in Nederland. Misschien doordat ze daar op een ander soort ondergrond groeien.
Waar zouden we een nestkastje het best op kunnen hangen voor een zwaluw?
José Bartels stuurde mij een vraag, die ik lastig te beantwoorden vind. Ze wil namelijk een nestkastje ophangen voor een zwaluw, maar mijn vraag is dan voor welke zwaluw? Is dat voor een boerenzwaluw, een huiszwaluw of een gierzwaluw? Al deze drie mooie soorten hebben een eigen nestje.
De boerenzwaluw heeft een nestkastje in de vorm van een wijwaterbakje (kent iemand dat nog?) en die wijwaterbakje worden meestal binnen in open schuren of andere open gebouwen gehangen. Zeker niet buiten, want dan lopen ze helemaal vol met water met een plensbui.
De huiszwaluw heeft een gesloten bolvormig nestje met meestal aan de platte bovenkant een opening. Dit soort nestkastje worden dan ook opgehangen onder dakgoten, overkappingen of delen van een dak waar een soort overhang is.
Tot slot de gierzwaluw daarvan is bekend, dat ze in allerlei soorten van nestkasten eieren kunnen leggen, maar van groot belang is dat ze op behoorlijke hoogte moeten hangen. Het liefst hoger dan 3 meter oftewel 3 meter is de minimale hoogte en heel belangrijk is dat ze niet pal in de zon komen te hangen. Daarnaast het liefst op het noorden of het oosten. Kortom; het is van groot belang om te weten om welke soort zwaluw het gaat. Daarnaast raad ik aan om met een lokale IVN-vereniging in contact te komen of wellicht een vogelvereniging, want zij kunnen zeker met raad en advies de juiste nestkast op de juiste plek hangen.